In het vorige artikel ging het over welk vlam bitje je kiest. Dit artikel gaat over hoe je ermee werkt: hoe je hand ligt, waar het bitje naar wijst, hoeveel keer je over een zone gaat en wanneer je stopt. Hier ontstaan de meeste beschadigingen — en hier kun je het makkelijkst iets veranderen.
Eerst een regel: wat je niet ziet, behandel je niet
Werk de nagelplaat en de huid apart, niet in één beweging. Begin met de zone die je ziet en ga pas daarna de diepte in. Ga je meteen onder de nagelriem, dan blijft het pterygium in de pocket steken. Mijn regel: als ik niks zie, doe ik ook niks.
Je houding en je hand
- Elleboog op tafel, pink als steun. Daardoor blijft je hand stabiel.
- Rechtshandig op forward, aan de linkerkant van de nagel: de vinger van je klant ligt tussen je wijsvinger en middelvinger, en met je duim trek je de huid continu naar achter.
- Op reverse, aan de rechterkant: je houdt de vinger van bovenaf vast tussen middelvinger en duim, en de huid trek je met je wijsvinger naar achter. In het begin voelt dat oncomfortabel.
- Draai jezelf een beetje mee, ongeveer 45 graden ten opzichte van de tafel. Dan draai je het bitje zonder je pols te verdraaien.
Linkshandig? Dan spiegel je alle bewegingen en houdingen.
De klok als richting
Zie de centrale as van de vinger als 12 uur.
- Op de zichtbare zone wijst het neusje naar 12 uur en het einde van je handstuk naar 6 uur. Je werkt met kleine rondjes.
- Onder de nagelriem wijst de punt naar 1 uur.
- Bij de duim draai je iets verder, naar 2 uur, en bij het eponychium werk je met de zijkant, niet met de punt.
Druk niet op de lunula. Een maand later zie je anders van opzij een deukje in het midden van de nagel.
Controleer van opzij hoe je bitje ligt: het wangetje hoort plat te liggen. Draai de hand van je klant de eerste keer opzij en kijk — elke nagel is anders. Haal ook het oude product goed weg, anders kan het bitje niet plat op de nagelplaat liggen.
De sinus is een hoek van 90 graden
Dit is de belangrijkste beweging, en de beweging die het vaakst vergeten wordt. Terwijl je dieper in de sinus werkt, draai je het bitje geleidelijk mee. In de hoek onder de nagelriem staat het bitje bijna parallel aan de centrale as van de vinger, met de punt weer op 12 uur. Sla je deze stap over, dan krijg je wondjes en bloed.
In de sinus werk je alleen als je de huid aan de onderkant van de sinus ziet. Trek de huid eerst goed naar achter met je duim, opzij en diagonaal. Werk met het zijdelingse wangetje, volg de natuurlijke kromming van de sinus en maak heel korte bewegingen van één tot twee millimeter. Hoe korter de bewegingen, hoe netter het resultaat.
Geen druk: het bitje doet het werk
Met een nieuw bitje en het juiste schema krijg je een schone manicure zonder te duwen en zonder de snelheid op te voeren. Ook als er veel stof vrijkomt, blijven je bewegingen licht. Ik raak de nagel bijna niet aan.
Twee of drie keer, en dan stoppen
- Per zone herhaal je een beweging twee of drie keer. Moet je vaker terugkomen, dan werk je met het verkeerde deel van het bitje.
- Op de natuurlijke nagelplaat maak je per zone maximaal drie bewegingen. Meer beschadigt de nagelplaat.
- Kijk naar het stof. Komen er grote stukjes pterygium vrij, dan ben je effectief bezig. Komt er bijna geen stof meer, dan is het pterygium weg en werk je op de nagelplaat zelf. Dan stop je en controleer je of er geen kale plekken zijn.
- Luister. Op de huid maakt het bitje geen geluid. Hoor je het bitje terwijl je op de huid werkt, dan raakt het de nagelplaat: controleer je positie.
Durf tot het einde van de zijkant
Veel nagelstylisten stoppen halverwege de zijkant van de nagel, of een millimeter te vroeg. Daar blijven pterygium en oud product liggen en krijg je een witte streep. De kleur ligt dan nooit strak en de kans op lifting is groot. Werk door tot het einde.
De huid onder de nagelriem
Werk met het bovenste wangetje, in korte halfronde bewegingen die elkaar overlappen: elke nieuwe beweging begint in het midden van de vorige. Daardoor behandel je de huid minstens twee keer.
Nagelwallen en distale wal
Op de zijwal werk je met het overgangsgebied tussen wangetje en punt, van boven naar beneden, alleen op de huid náást de nagel — niet tussen de huid en de nagel. Blijf op afstand van de groeipunten van de vrije rand. Raak je die, dan komen ze omhoog en krijg je scheurtjes, loslating van het product en onycholyse.
Aan het eind zet je het bitje parallel aan de centrale as en veeg je met lange bewegingen de droge huid bij elkaar. Daarna draai je het bitje loodrecht op de as en polijst je met lange bewegingen heen en weer, van de sinus tot de distale wal. Klanten vinden die zachte vingertopjes heerlijk.
Welke vinger eerst
Begin altijd met de wijsvinger van elke hand: wijsvinger, middelvinger, ringvinger, pink, en als laatste de duim. De huid van de werkvingers is steviger, dus als je bij de gevoeligere vingers komt, heb je de huid van je klant al gevoeld. De duim heeft de kleinste pocket en een grote, zachte lunula. Deze vaste volgorde voorkomt onnodige beschadigingen, vooral bij nieuwe klanten.
Waarmee ik werk
- Scherpe Vlam diamant bitjes — kleur en diameter kies je zoals in dit artikel.
- Polijst bitjes PRO-36 en PRO-38 voor de laatste stap.