Bijna alle schade rond de nagel ontstaat door een vlam bitje dat op de verkeerde manier ligt. De klant voelt geen pijn. Je ziet het pas bij het volgende bezoek, op de nagelplaat.
De vier delen van het bitje
Voordat je een kleur of diameter kiest, moet je weten welk deel van het bitje werkt. Daar zit de sleutel van een schone manicure — ik had er zelf een paar jaar voor nodig.
- Neusje — de punt en het gevaarlijkste deel. Nooit op de nagelplaat en nooit in het eponychium.
- Wangetje — de zijkant. Hiermee werk je het meest.
- Buikje — het breedste deel. Alleen voor de nagelwallen.
- Einde — gebruik je tijdens het werk niet.
Waarom het neusje zoveel schade doet
Een simpele test: op 6.000 toeren gaat het wangetje over een buffer en er gebeurt niets. Til de achterkant van het handstuk een klein beetje op, zodat het neusje gaat werken, en de buffer is meteen kapot. Op de nagel gebeurt precies hetzelfde, alleen langzamer. Hierdoor ontstaan de ringen in de nagelplaat die je weken later terugziet terwijl de nagel uitgroeit.
Het neusje gebruik ik alleen af en toe, en dan de grens tussen neusje en wangetje: om een micro-velletje in de nagelwal of de sinus omhoog te halen, zodat het wordt meegepolijst.
Het wangetje: onder en boven
Het onderste wangetje gebruik je op de nagelplaat, maar alleen om pterygium te verwijderen en lichte beschadigingen glad te maken. Het wangetje ligt dan plat op de nagel. Met het bovenste wangetje werk je in het eponychium onder de nagelriem — en dan raakt het onderste wangetje de nagelplaat niet.
In de sinussen werk je alleen met het zijdelingse deel van het wangetje: in de linkersinus het linkerdeel, in de rechtersinus het rechterdeel. Een verkeerd geplaatst bitje is de reden dat er bloed komt.
Het buikje: alleen de nagelwallen
Het buikje heeft een groter oppervlak, dus droge huid op de nagelwallen gaat er sneller mee weg. Tussen de huid en de nagelplaat hoort het buikje niet thuis. Daar dun je de nagelplaat uit, de groeipunten van de vrije rand schuiven op en het kan leiden tot onycholyse.
Scherp is veiliger dan stomp
Het voelt tegenstrijdig. Maar een stomp puntje is breder, waardoor je meer kans hebt om het dunne huidje van het eponychium in de pocket te beschadigen, zeker bij een ondiepe pocket. Met de juiste techniek werk je met een scherp bitje veiliger dan met een stomp bitje.
Welke kleur bij welke huid
De korrel kies je op basis van het huidtype, na je analyse. Eén bitje voor alle klanten bestaat niet.
- Geel, superzacht — zeer gevoelige en vochtige huid, een dunne of zachte nagelriem. Vindt je klant het openen van de pocket al niet prettig? Dan pak je geel.
- Rood, zacht — universeel, geschikt voor ongeveer 90 procent van de klanten: normale en droge huid, zelfs een wat harder pterygium. Het duurt dan alleen iets langer.
- Paars, medium zacht — mijn favoriet. Het werkt als het rode bitje, alleen beter. Qua korrel zit het tussen rood en blauw in.
- Blauw, grof — alleen voor de zijwallen met sterk verhoornde huid en eelt. NOOIT op de nagelplaat, de nagelriem of het eponychium. Met een grof bitje en druk haal je ook levende cellen weg. De huid gaat zich dan beschermen en groeit sneller en harder terug.
Welke diameter
De diameter meet je aan het buikje, op het breedste deel. Welke je kiest, hangt af van de pocket van je klant:
- 1,8 of 2,1 mm — smalle en ondiepe pockets. Ook bij een middelhoge nagelwal met een diepe pocket werkt 2,1 mm beter: de punt is korter en veiliger.
- 2,3 mm — een hoge nagelwal met een diepe pocket. De lange punt werkt goed in de sinus en de grotere diameter werkt sneller in de diepte.
Hoe diep de pocket is, meet ik met een bokkenpootje. Werk nooit met één diameter voor alle klanten. Een te klein bitje in een brede pocket kost veel tijd, en dan ga je drukken. Een te groot bitje in een kleine pocket werkt met het bovenste wangetje tegelijk op het eponychium.
Toeren en draairichting
- Droge, dunne huid: 5.000 tot 6.000 toeren.
- Normale huid: 6.000 tot 8.000 toeren.
- Grove huid en eelt: rond 8.000 toeren, met het blauwe bitje en alleen op de huid.
Bij bijna elke klant werk ik met een nieuw bitje van 2,3 mm op 6.000 toeren. Hoger is niet nodig: een nieuw bitje haalt alles makkelijk weg, zonder dat je duwt of de snelheid opvoert. Bij sterk verhoornde huid mag je tijdelijk naar 8.000 toeren, maar alleen op de zijwallen — niet in de sinus en niet op de nagelplaat.
Een verstopt bitje snijdt niet meer, en dan gebeurt precies wat je niet wilt: je gaat onbewust drukken en de snelheid opvoeren om toch effect te krijgen. Dat geeft hitte, beschadiging en verdunning.
Voor rechtshandige nagelstylisten: forward voor de linkerkant van de nagel, reverse voor de rechterkant. Ik werk eerst alle tien vingers op forward en zet daarna de draairichting op reverse. Linkshandig? Dan spiegel je alles.
Waarmee ik werk
- Scherpe Vlam — diamant vlam bitjes in geel, rood, paars en blauw, 2,1 en 2,3 mm, met een werkend deel van 8 mm. Mijn favoriet: paars 2,3 mm en paars 2,1 mm.
- Polijst bitjes voor de laatste stap: nagelriem en huid glad en glanzend.
- Bitjes reinigen en steriliseren tussen klanten